Home
Nieuws
Links
Contact
Waarom deze website

Romans
Kind/Jeugd
Reizen/Cultuur
Auto/Biografie
Geschiedenis
Esoterie/Religie
Zelfontwikkeling
Gedichten
Nonfictie
Verhalen/Columns
Fotoboeken
Schrijfboeken

Boekrecensies
Interviews
Illustratoren
Boekenmarkten
Schrijfvakanties
Musea

 Niet gevonden wat u zocht?
Winkel verder bij onze partner:

het boek

boek

Babylonië 1700 jaar vóór onze jaartelling.

Issa, opgegroeid als koningsdochter wordt samen met haar vriendin aan een bevriende koning in Mari geschonken en opgesloten in zijn harem.
Ze ontsnapt, maar wordt betrapt en verbannen. In de paleisgevangenis wordt ze door een cipier mishandeld en verkracht. Eenmaal buiten de paleismuren wordt ze opgepikt door een boer. Deze zet haar zijn huis uit als ze weigert zijn tweede vrouw te worden. Ze komt terecht bij een weduwe die haar liefdevol opvangt, temeer als blijkt dat ze zwanger is. Als na jarenlang geruzie tussen de twee koningen Mari wordt platgebrand gaat ze met haar zoon in de puinhopen van het verwoeste paleis op zoek naar haar vriendin, en stuit daar op akelige herinneringen uit haar jeugd...

de auteur

biografie

René De Mila

René De Mila, geboren in Amsterdam (1948) groeide op in een opbloeiend en snel veranderend Nederland en ging naar de middelbare school in de roerige 60er jaren.
In die tijd schreef zij al korte verhalen die regelmatig in de schoolkrant en regionale kranten verschenen.
Er kwam een lange periode waarin zij het druk had met werk en gezin, waardoor het schrijven op een laag pitje kwam te staan.
Toen er een wat rustiger periode aanbrak heeft zij de pen weer opgepakt, want schrijven zit nu eenmaal in de genen.
Aangezien zij al op zeer jeugdige leeftijd geboeid was door geschiedenis in het algemeen, maar in het bijzonder door de oude culturen van het Midden-Oosten, is haar eerste boek dan ook een historische roman geworden.
Hopelijk verschijnt in de loop van 2009 haar tweede boek “De grotten van Pasqe.”
Dit verhaal speelt zich tijdens de late middeleeuwen in Spanje af.

een fragment

Fragment uit 'ISSA’S HUIS'

...Haastig en telkens struikelend werd ze door straatjes en over pleinen gevoerd.
Ze merkte dat de omgeving steeds minder fraai werd, de glanzende vloeren maakten plaats voor gewone hard gebakken tegels, en de fraai beschilderde muren lieten ze achter zich. Hier stonden alleen nog aanbouwsels van wit pleisterwerk, nergens was meer een fontein, en hier liepen geen weelderig geklede hovelingen.
Het was duidelijk dat ze zich nu aan het buitenste gedeelte van het paleiscomplex bevonden. Ze zag groepen slaven rondom vuurtjes zitten luidruchtig hun bier drinkend, en overal waren kinderen, hier waren ze duidelijk onder elkaar. Eindelijk stopten ze voor een sinister ogend gebouw en trokken haar de galerij op.
Toen ze ongeveer halverwege waren en er niemand meer te zien was, hielden de soldaten heel even de pas in. Er werd niets gezegd, maar alsof het zo was afgesproken schoven ze ieder aan hun kant met één snelle beweging de armbanden van haar armen, en lieten ze razendsnel achter hun borstschild glijden. Ze schreeuwde en probeerde te schoppen, maar de mannen merkten het niet eens. Ze gingen een duistere ruimte binnen slechts verlicht door één enkel lampje, en werden begroet door een vieze kerel in een vetleren voorschoot.
'Nou nou, Bakthiar heeft zijn best gedaan vandaag, zo laat nog een gevangene?' Hij pakte de lamp van tafel en hield die bij Issa, en zijn ogen gleden snel langs haar heen terwijl ze haar naar een cel duwden waar al meerdere mensen zaten. Maar de man kwam snel tussenbeide, 'nee nee niet hier, dan krijgen we zeker problemen, breng haar maar een stukje verderop in een cel alleen, dat is wat prettiger.'
Ze gehoorzaamden en lieten haar los, de man ontstak een lampje dat hij op een krukje in de cel zette, en sloot de deur achter haar. De jonge soldaten liepen snel de gevangenis uit, blij dat ze weer naar hun kazerne konden. Eenmaal buiten sloegen ze elkaar met de vlakke hand op de schouder en deden overdreven zwaar de stem van de cipier na:
'Nee nee doe maar in een cel alleen dat is wat prettiger, maar hij zei er niet bij voor wie!' En gierend van de lach vervolgden ze hun weg.
Issa wankelde en liet zich wanhopig in het stro zakken, het lampje gaf maar een heel flauw schijnsel af, en er hing een penetrante stank. Wat ging er met haar gebeuren? Ze huilde met gierende uithalen en schreeuwde om Minoer en Amitra.
Snikkend viel ze voorover met haar armen om haar hoofd en probeerde haar gedachten te ordenen. Ze had als kind enge verhalen gehoord over verbannen misdadigers die van honger en dorst omkwamen in de brandende zon. Ze werden achtergelaten in afgelegen streken zonder water en voedsel, waar ze een makkelijke prooi waren voor wilde dieren en boze geesten en demonen die in bergspleten op de loer lagen...




Boek Toevoegen? 

Heeft u ook een leuk boek geschreven? Wilt u daarmee op deze site staan? Dat kan,lever ons foto's en tekst en wij plaatsen het. Er is plek voor iedereen. Lees eerst de voorwaarden en voorkom onnodige vertraging.
Voorwaarden.